Voor de Echt

Voor de Echt


Frans W. Saris

Voor de Echt

22 ZKV’s voor onze (klein)kinderen

©Frans W. Saris 2020




Voor de Echt


Nest Bouwen

Je trouwt niet met je opa

6 juli 1965

Verrassing

13 april 1966

Moederdag

Eigen huis

2CV

Rolls Royce

Afstuderen

Buren

Koningswens

Filmsterren

Ben Nevis

Citroën HY

Aanslingeren

Naar ‘Canada’

Anti-autoritair

Van het bed gelicht

Koude Oorlog

Een nieuw soort röntgenstralen

Made in Canada



Nest bouwen

Zo’n timmerman als jij ben ik niet, toch bouwde ik een keukentje met van die echte houten klapdeurtjes waardoor cowboys in westerns altijd verschijnen. Begin jaren zestig was er nog steeds woningnood in ons land, maar de zolderverdieping bij mijn ouders stond leeg. Vier jaar nadat ik tot ieders opluchting het huis uit was gegaan, bouwden Pien en ik ons eerste nest onder het dak van mijn ouders. Bovenaan de trap driehoog achter een scheidingswand, die onze privacy markeerde, een overloop met rechts twee berghokken zonder vensters, links twee behoorlijke kamers met grote ramen en een brede dakgoot als terras, achterin de grootste kamer het piepklein zelfgebouwd keukentje. Ik deed het timmerwerk en gas en licht, Pien het schilderen en behangen.

Zo ging het niet alleen in de Michelangelostraat 101, twee jaar later renoveerden we Jennerstraat 24, vijf jaar later nog een keer, tenslotte verhuisden we naar onze witte villa op Jennerstraat 1, waar de renovaties misschien wel tien jaar heeft geduurd. Soms hadden we hulp van loodgieters maar al het andere werk deden we zelf. Toen jij het ouderlijk huis verliet had je minstens drie renovaties meegemaakt, misschien ben jij daarom wel zo’n goede timmerman en professionele orthopeed geworden?


























In mei 1969 bezetten studenten het Maagdenhuis, zij eisten democratisering van het

Je trouwt niet met je opa

Na het bouwen van ons nest wilden wij natuurlijk ook samenwonen, toen was dat voor het huwelijk ‘not done’. Ja, Pien had wel een extra matras onder het bed voor het geval ‘een vriendin bleef slapen’. Als we in maart zouden trouwen, leek het ons een goed idee de uitnodigingen met de kerstkaarten mee te sturen. Daar staken mijn ouders een stokje voor, opa lag op sterven, mijn moeder was veel bij haar ouders in Doorn en absoluut niet in staat zich voor te bereiden op het huwelijk van haar oudste zoon. Dus werd besloten dat 5 juni, precies een jaar na onze verloving, de trouwdag zou worden.

Samen met haar moeder ging Pien de mooiste jurk uitzoeken, wij stelden gasten- en cadeaulijsten op, maakten reserveringen op het stadhuis en bij de kapel in Heiloo. We vroegen pater Van KIlsdonk ons huwelijk in te zegenen, de Studenten Ecclesia bezochten wij als Pien een weekend niet naar Heiloo ging en ik bij haar bleef slapen.

'Ge kent dag noch uur’, de lijdensweg van mijn opa duurde lang, 5 juni naderde en alles was voorbereid, maar mijn ouders eisten dat we onze trouwdag toch weer een maand zouden verschuiven, het werd 6 juli. De avond daarvoor belde mijn moeder vanuit Doorn: ‘Frans, opa sterft vannacht, zeg die trouwerij maar af’. Pien was natuurlijk bij haar moeder, dus ik naar Heiloo, maar wat moest ik zeggen? Ik ging eerst naar Klaas en Marjan, de overburen, die zeiden: ‘je trouwt niet met je opa’. Ik vertelde Pien en Ma wat mij door mijn ouders was opgedragen, maar dat ik niet zou gehoorzamen. We besloten de trouwdag te beperken tot: stadhuis, kapel en receptie, het familiediner zeiden we af.
























Universiteitsbestuur en meer zeggenschap over hun studie. Ik had daar graag aan

6 juli 1965

Op onze trouwdag kwam ik in jaquet bij mijn ouders, de stemming was om te snijden. Terwijl zij nog bezig waren uit te zoeken welke kleren ze aan zouden trekken, beet mijn moeder mij toe: ‘Laat je niet op je kop zitten door die twee vrouwen.’

Het werd een zonnige maar koude dag, verwarmd door veel familie en vrienden. Voor de meesten was het, net als voor ons, het eerste huwelijk. Pien was beeldschoon, mijn bruidsboeket viel in de smaak, Pater van Kilsdonk was op dreef, niet alleen voor ons maar ook voor onze ouders. De receptie bij Ma thuis, tussen de bloemen en cadeaus, was een groot succes, onze dispuutsgenoten speechten, zongen en dronken er vrolijk op los. Toen Pien en ik uiteindelijk vertrokken was Ma dapper en omringd door haar beste vriendinnen. Terwijl wij in Motel Amsterdam bij de Utrechtsebrug zaten na te genieten van een onvergetelijke dag, zagen we mijn ouders voorbijrijden richting Doorn.

De volgende dag vertrokken we naar Joegoslavië. Bij thuiskomst van onze huwelijksreis hoorden we dat opa op 6 juli ‘s middags overleden was, mijn oma zat bij mijn ouders voor het raam en zei: ‘waarom ben jij niet naar zijn begrafenis gekomen? Hij hield juist zoveel van jou’.





























meegedaan, maar was al afgestudeerd, getrouwd en vader van één binnenkort twee

Verrassing

Voor het eerst van ons leven een hele maand alleen met z’n twee, op huwelijksreis, in het Dafje van mijn moeder; Pien in een sjiek kaki broekpak speciaal voor deze reis gekregen van haar moeder, kamperen in het tentje van George Eijlders, ons favoriete café, ik in een wufte pyjama gekregen van Gerard Dijkstra, de Society Shop; over de Brennerpas door de Dolomieten langs Cortina d'Ampezzo naar Venetië; Pien in een wit jurkje met fleurige bloemetjes op het San Marcoplein; langs Triëst naar Joegoslavië, genieten van de gouden orthodoxe iconen in de kapellen van Krk, samen de Triglav op, de hoogste berg van het land, naakt zwemmen in Bohinj Jezero, dichterbij het paradijs zijn we nooit geweest.

Thuis, tussen alle huwelijkscadeaus, wachtte ons een grote verrassing. Vijf jaar hadden we heel voorzichtig gevrijd, nu was daar geen reden meer voor, we zouden wel zien, dat hadden we afgesproken, dat hebben we geweten, in augustus 1965 kondigde jij je al aan, jij was onze grootste verrassing.

We moesten wel even wennen. Pien begon net aan een nieuwe baan, zij moest weg van de Pius MMS, anders zou mijn moeder, lerares biologie, ‘de oude mevrouw Saris’ gaan heten en dat wilde ze niet, ook Fons Vitae had een vervanger voor Engels nodig. Om ze daar meteen te vertellen dat ze zwanger was leek Pien niet nodig, ze voelde zich prima, beter dan dat, ze was kerngezond en in gezegende toestand heel gelukkig.
























kinderen. Welke rol hebben de jaren zestig in ons leven gespeeld? Democratisering: we

13 april 1966

Ook het samenwonen was een nieuwe ervaring, naast de dagelijkse besognes moesten we studeren, tentamens doen, scripties schrijven, vriendinnen en vrienden kwamen nieuwsgierig langs. Ik werkte op het FOM-instituut en hockeyde in het eerste van HIC. Samen hadden we het op ons genomen het boek The computer and the brain van John von Neumann te vertalen in het Nederlands, dat leverde 300 gulden op, de prijs van onze eerste typemachine.

Tot de Kerst wist niemand dat wij eigenlijk al met z’n drieën waren, je zag het ook niet, maar tijdens het Kerstdiner vertelden we het aan Piens moeder. Die was natuurlijk heel blij, maar ook een beetje teleurgesteld dat Pien haar niet eerder in vertrouwen had genomen. Zij haalde meteen babykleertjes uit de hutkoffer op zolder, zorgvuldig bewaard sinds het Jappenkamp en ze ging nieuwe kleertjes naaien en breien. Van de weeromstuit begonnen ook wij ons enigszins voor te bereiden op je komst, maar eerst deden we allebei nog een paar tentamens.

Op 12 april 1966 ‘s morgens vroeg waren we bij dokter Rietra, Pien was uitgerekend voor eind april, van weeën geen sprake maar de vliezen waren gebroken. Rietra raadde ons aan flinke wandelingen te maken of te fietsen. Dat hebben we gedaan langs alle winkels om de wieg, waarin ik nog gelegen had, te bekleden, andere spullen te kopen en geboortekaartjes uit te zoeken. ‘s Avonds thuis begon voor Pien het echte werk. Mijn ouders waren naar het verjaardagsfeest van Rob. Miles Davis’ Sketches of Spain galmden door het huis. Vlak voor middernacht kwam dokter Rietra en om tien voor één kwam jij tevoorschijn, het meest wonderbaarlijke moment in ons leven, onze grootste verrassing.




















zaten om beurten in de Ouderraad van jullie scholen. Pien zat in de docentenraad van het

Moederdag

Als pasgeboren ouders maakten wij ons grote zorgen.

‘Ik hoor hem niet, ga jij eens kijken of hij nog ademt’;

‘waarom huilt hij nou, hij heeft toch gedronken?’

‘hij voelt zo warm, haal jij de thermometer eens’;

‘hij heeft van die rode vlekjes, wat zou dat zijn?

‘hij heeft van die dunne ontlasting, heb ik iets verkeerds gegeten?

We maakten ons voortdurend zorgen, dat werd nog erger op moederdag

De eerste maand na jouw geboorte logeerde Piens moeder bij ons. Op moederdag waren wij voor het eerst alleen. We hadden slecht geslapen, jij was al vroeg begonnen met huilen, misschien omdat je oma miste? Ik ging naar Bruna in de Beethovenstraat en kocht Dokter Spock, in onze dagen de bijbel voor jonge ouders. "Spock" was het opzoekboek voor allerlei situaties en verschijnselen die zich kunnen voordoen bij een baby of kleuter. Door het praktische karakter werd het veelvuldig geraadpleegd, en waren zijn adviezen populair bij jonge ouders.

Dit was Piens eerste moederdagcadeau en ze was er blij mee, op bladzijde 1 stond: ‘Jonge ouders maken zich grote zorgen, dat is helemaal niet nodig, of de baby huilt, of niet, of uitslag heeft of niet, of die boert of winderig is of niet, warm aanvoelt of koud, in het allereerste jaar gaat het allemaal vanzelf over. Bovendien, jonge moeders weten meer dan ze denken te weten’.






















Nikolaas en Fons Vitae, ik in de instituutsraad van het lab en de personeelsraad van de

Eigen Huis

Bij de koffie vertelde Jan Schipper, een van mijn medestudenten op het lab, dat het huis naast zijn ouders te koop stond. Vijf minuten fietsen van het lab, een leuk benedenhuis met achtertuin plus twee verdiepingen, vraagprijs 45.000 gulden, ik maakte meteen een afspraak om diezelfde avond met Pien te kijken. Beneden een grote woonkamer, keuken en achtertuin met schuur, boven achter een grote en een kleine kamer, een douche en een balkon. De voorkant van de eerste verdieping en de hele tweede verdieping waren verhuurd.

De volgende dag ging ik langs de Rabobank op de Middenweg om te vragen of we in aanmerking kwamen voor een hypotheek. Dat kon als we 25.000 gulden eigen geld meebrachten. Ik belde oom Stef, de ongetrouwde jongste broer van mijn vader van wie ik vermoedde dat hij geld had. Hij wilde ons wel helpen maar we moesten het geld bij hem thuis in Rotterdam komen halen. Dat deden we, een dag later leverde ik 25 groene briefjes in bij de Rabobank.

In ons plakboek, naast een foto waar jij zeven maanden oud je optrekt aan onze boekenkast, schreef Pien: 11 november 1966 een eigen huis, Jennerstraat 24, Amsterdam Watergraafsmeer.


























stichting FOM. Politiek: we stemden op de Pacifistisch Socialistische Partij, liepen mee in

2CV

In de Jennerstraat konden we niet meer zo gemakkelijk de auto van mijn moeder lenen, met onze baby en alle spullen was dat wel een beetje een probleem vooral omdat we vaak naar Heiloo wilden, dus kochten we niet alleen een huis, ook nog een auto. Een tien jaar oude grijsblauwe 2CV met 200.000 km op de teller voor 200 gulden. Buitenop de achterklep monteerde ik een paar haken voor het onderstel van de wandelwagen, de bak met jou daarin op de achterbank, alle spulletjes eromheen en daar gingen we, rammelend en sputterend, maar we reden en als de zon scheen met het dak open. Tegen de wind in ging het niet harder dan 80 km/uur, maar in die tijd hadden we vrijwel geen tegenwind. Zo arriveerden we voor het weekend bij oma in Heiloo, die trots haar kleinzoon in de wandelwagen toonde aan haar familie en vrienden, terwijl wij in de 2CV van de duinen, het strand en elkaar konden genieten.

Na elke rit was er wel weer wat te repareren, daar bood het lab alle mogelijkheden toe. Achter de grote werkplaats was er een tweede in de openlucht waar onze technici in de pauzes aan hun auto’s sleutelden. Als je daar zelf aan de slag ging kreeg je in no time ongevraagd advies, dat was zeer welkom, ik wist niks, en leerde op den duur mijn hele auto kennen. Niet alleen olie verversen en doorsmeren deden we zelf, we haalden de hele motor uit elkaar, vervingen versleten onderdelen uit een andere oude 2CV. Op den duur maakte ik van twee gammele 2CV’s een perfect lopend karretje. Toen was dat niet zo moeilijk, alles was mechanisch, computers waren er nog niet en je kon overal gemakkelijk bij. De tweecilinder boxermotor teste je door de kabel van een van de bougies los te trekken, als de motor ‘op één pit’ gewoon doorliep zette je de kabel weer op de bougie en testte je de andere cilinder, als ook dan de motor doorliep was alles in orde en kon je niks meer gebeuren.


















de anti-Vietnam en anti-bom demonstraties in Amsterdam. Kerk: we waren trouwe leden

Rolls Royce

Pien bedacht dat zij haar zoon wilde tonen aan Michael en Jane in Londen waar zij als au pair geholpen had bij de geboorte van hun kinderen. Met de 2CV volgeladen met alle kampeer en babyspullen trokken we over de Zeelandbrug naar de boot in Duinkerke, bovenop de brug reed de auto zo langzaam en hoorde ik zulke vreemde geluiden dat ik stopte bij een wegenwachtstation en vroeg of ze eens wilde luisteren of ik wel met deze auto naar Engeland kon. De wegenwacht reed een rondje terwijl jij rustig achterin lag te slapen, bij terugkeer zei hij: ‘niks aan de hand meneer, goede reis’.

De ontvangst bij Michael en Jane was geweldig, het leek wel of ze opa en oma waren geworden. Ze stippelden voor ons een vakantie uit door Zuid-Engeland die fantastisch verliep, maar we wilden ook met onze 2CV naar het centrum van Londen. Op Kingsroad zag ik een zilvergrijze Rolls Royce en parkeerde erachter om die te bewonderen, toen ik naar mijn autootje terugkeerde was die omringd door nieuwsgierige Engelsen, ik moest de motorkap openen en uitleg geven, deed de truc met de bougiekabels en kreeg applaus, een 2CV hadden ze daar nog niet gezien.



























van de Studenten Ecclesia, centrum van de revolutie tegen de Rooms Katholieke kerk.

Afstuderen

Bijvak numerieke wiskunde deed ik bij professor Van Wijngaarden, de uitvinder van de computertaal Algol; voor het tentamen moesten we een computerprogramma schrijven. Mijn algoritme zou het verstuiven simuleren van atomen uit een koper kristal door de impact van argon ionen. Het werd een lijvig programma op een gigantische ponsband, veilig verpakt in een soort filmdoos, waarmee ik dagelijks naar het Mathematisch Centrum toog om het uit te proberen op de grote Philips X1 computer. In het begin zaten er zoveel fouten in de ponsband dat mijn programma alsmaar stopte en ik alles terug kreeg, vaak mocht ik ter plaatse verbeteringen aanbrengen, geholpen door Hugo Brandt Corstius die ik daar had leren kennen. Op den duur kon ik symbolen van de ponsband lezen als letters van het alfabet.

Toen mijn programma na maanden eenmaal werkte draaide het de hele nacht op de X1. Ik maakte een afspraak met professor Van Wijngaarde om tentamen af te leggen. Op het afgesproken uur vroeg hij mij even buiten te wachten tot hij klaar was met een eerder gesprek. Ik zat twee uur op de gang, durfde hem niet te storen, toen kwam hij naar buiten en schrok, het bleek dat hij mij helemaal vergeten was en nu had hij ook geen tijd meer voor me. We maakten een nieuwe afspraak voor de volgende dag. Professor Van Wijngaarden zei: 'het spijt me dat ik u gisteren zolang voor niks heb laten wachten, van Hugo Brandt Corstius heb ik gehoord dat het uw programma was waar de X1 een hele nacht over deed, u krijgt van mij een 10 voor numerieke wiskunde.

Zo kon ik in februari 1967 afstuderen en werd bevorderd tot promovendus bij professor Kistemaker. Mijn salaris maakte een geweldige sprong van 250 gulden naar 1000 in de maand. Zoveel geld dat wij meteen een week naar Leysin op wintersport gingen, jou stalden we tot wederzijds genoegen bij oma in Heiloo.


















Emancipatie: op school, op het lab en thuis waren we actief betrokken bij wat genoemd

Buren

Jij was een tevreden kind, jij liet je graag verwennen, door ons, door oma die twee keer per week kwam oppassen en door Emmy die tegelijk oppaste en schoonmaakte, zodat Pien met een gerust hart drie dagen in de week kon lesgeven. Als je gegeten en gebadderd had en we nog wat hadden voorgelezen ging jij rustig slapen tot de volgende ochtend. Als er een uitnodiging was voor een feest of als we zin hadden om uit te gaan, konden we altijd een beroep doen op een van de jongerejaars uit Piens dispuut. Een keer hadden we plotseling zin er op uit te gaan, ik weet niet meer waar naar toe of voor hoe lang, maar we hadden geen oppas geregeld. Toen we thuiskwamen stond mevrouw Schipper ons op te wachten: “Als jullie dat nog een keer wagen te doen, geef mij de sleutel dan hoeft Daan niet de hele avond te brullen”. Zo werd mevrouw Schipper onze beste buur, van wie Pien later zou zeggen: “ik vier mijn verjaardag alleen als ik met mevrouw Schipper onder de perenboom kan zitten”.


We zaten net aan het ontbijt toen we “Brand, Brand” hoorden roepen, uit het huis aan de andere kant naast ons kwamen grote grijze wolken en toen een uitslaande brand. Wat neem je mee als er brand is? Ik pakte jou met kinderstoel en al en bracht je naar buiten naar de overkant van de straat, Pien kwam met de fotoboeken, de typemachine en de papieren van haar school en haar scriptie. Daar stond een hevig geschrokken familie Claasen met Roy ook in de kinderstoel en alle mogelijke spulletjes. We stopten alles in onze 2CV en ik reed die naar het Robert Kochplantsoen. Samen met de buren zagen we hoe de brandweer in korte tijd de brand meester was. Misschien werd jij toen die pyromaan?




















werd ‘de tweede feministische golf’. Sex: we waren de eerste generatie met ‘de pil’. Muziek:

Koningswens

25 oktober 1968, na vijf maal gezakt te zijn voor haar vertaling Nederlands Engels, deed Pien doctoraalexamen, haar scripties over Amerikaanse literatuur en over Theaterwetenschappen werden zo goed ontvangen dat zij gevraagd werd er een proefschrift van te maken, maar zij had andere prioriteiten: zij was zwanger. Daan was inmiddels een wijsneus, toen Pien met armen vol bloemen van familie en vrienden uit het Maagdenhuis kwam riep jij: ‘wordt het Hoppe of Eijlders?’

Voor een gezin met twee kinderen was ons huisje toch een beetje krap, dus onderhandelden we met mevrouw Van Ginkel, onze huurster, over de tussenverdieping tegen huurvermindering, zij ging akkoord, zo kregen wij er een grote en een kleine kamer aan de voorkant bij.

Pien voelde zich anders dan bij de eerste zwangerschap maar bleef lesgeven tot en met het eindexamen ‘69, toen paste zij niet meer tussen de lessenaar en de stoel en moest voor de klas blijven staan.

Onze huisarts, dokter Alkema, vond thuisbevalling een te groot risico met het OLVG zo vlakbij, dus waarschuwden we hem pas middenin de nacht toen de weeën zeer heftig waren, een klein uur later beleefden wij weer dat meest wonderbaarlijke moment: onze prachtige dochter kwam te voorschijn. Op 2 juni 1969 ‘s morgens vroeg, terug uit het OLVG, lagen we dolgelukkig met z’n vieren in de voorkamer in bed: een koningswens.























we gingen niet naar het Concertgebouw maar naar de IJsbreker. Toneel: we gingen niet

Filmsterren

We waren zo blij met ons jonge gezin dat we een super-8 camera kochten en films maakten. In 5 minuten schoot je een filmrolletje vol, dat stuurde je op naar Kodak, een paar dagen later kon je het resultaat thuis bekijken, als je een projector had en een scherm. In principe kon je zo'n film ook knippen en plakken, maar dat was wel een heel gedoe, beter was het van tevoren het scenario te bedenken en de verschillende beelden in de juiste volgorde te schieten. Soms had je geluk en gebeurde er iets onverwachts terwijl de camera liep, zoals een van de eerste keren in de Ardennen.

Onze camper staat op een open plek in het bos waar dennenbomen pas gekapt zijn. Daantje ziet twee kaarsrechte stammen naast elkaar over een greppel liggen en stapt er bovenop, met één been op iedere boom schuifelt hij voetje voor voetje over de greppel. Heel knap, maar dan komt Eefke in beeld, zij kan amper lopen, kruipt op de twee boomstammen, richt zich op, net als haar grote broer. Die steekt heel lief een hand uit om haar te helpen, maar zij glijdt uit en valt tussen de boomstammen in de greppel. De camera loopt door, Daantje kijkt verschrikt naar Eefke en dan een beetje schuldig naar mij. Besloot jij toen om te kiezen voor orthopedie?


























naar de Stadsschouwburg maar naar de Brakke Grond. Literatuur: we lazen Jan Wolkers

Ben Nevis

In Schotland moest ik natuurlijk de beklimming filmen van de Ben Nevis, de hoogste berg van het land. We hadden daarvoor zelfs twee paar echte bergschoentjes gekocht voor onze kinderen. Als ze die aan hebben gaan we op stap, Daantje wijst naar het bord: Ben Nevis 4 uur. Pien loopt voorop in sportieve bergkleren, een prachtige haardos van zwarte krullen, Daantje huppelend aan haar hand. Dan kom ik om de hoek van de bergwand, lang haar tot op de schouders, op mijn rug Eefke, die zit vrolijk te lachen in de rugzak. We hebben lunch en plaspauze, onze kinderen eten een stevige boterham, Pien doet Eefke een schone broek aan, zij staat daarbij op een rots even op een been en maakt heel knap een complete pirouette. Dan gaat de familie weer op pad. Bij de top van de berg gaat Daantje voorop, achter hem aan een touw Eefke, allebei stoer stappend op hun bergschoentjes. Zij zwaaien naar ons als ze de top hebben bereikt, dan zwenkt de camera en blijkt dat het allemaal nep is, we zien Pien en de camper vlakbij.

We hebben net als zoveel bergbeklimmers de top niet gehaald. Vier uur dat was te hoog gegrepen. Om de film toch tot een goed einde te brengen hebben we een alternatief scenario bedacht en schoten we deze scène op een heuveltje langs de weg. In de slotscène hebben onze stoere filmsterren hun zware kloffen uitgedaan en zitten ze tevreden iets lekkers te snoepen op het heuveltje. Als we de film thuis bekijken, vraagt Pien: 'waar zijn die mooie bergschoentjes toch gebleven?' Die hebben we helaas op de nep-Ben Nevis langs de weg laten staan, daar waren we kennelijk nog niet aan toe.






















en Jack Kerouac. Kunst: we gingen niet naar het Rijks maar naar het Stedelijk, we kochten

Citroën HY

Pien vond het zo zielig dat haar kinderen op straat moesten spelen, op steen en asfalt in plaats van in het duinzand en weide gras uit haar jeugd. Het kostte mij dan ook weinig moeite haar te interesseren voor een kampeerauto, temeer daar wij het fenomeen in Engeland hadden leren kennen.

In Nederhorst den Berg was een kleine garage gespecialiseerd in het ombouwen van Citroën HY bestelwagens tot kampeerauto's. Het waren grote rechthoekige bakken van grijsblauw golfplaat, in het Franse platteland populair als winkels op wielen. De motor voorin met voorwielaandrijving, de laadruimte was stahoogte en twee meter breed, zodat je dwars kon slapen, dat gaf veel ruimte voor het keukenblok en een klerenkast. De motor was gereviseerd, de versnellingsbak niet gesynchroniseerd, je moest dubbel clutchen tijdens het schakelen. Hij kostte 5000 gulden, die we ons konden veroorloven sinds Pien eerste graads docent was.

Als ik vrijdags avonds thuis kwam stond de HY klaar voor vertrek naar de Achterhoek of de Ardennen. De eerste zomervakantie was natuurlijk naar Frankrijk, waar we heerlijk vrij stonden met ons eigen verrijdbare kasteeltje aan het ondiepe water van de Loire, waarin jullie veilig konden spelen.

























Ans Wortel, Jan Cremer en Aad Veldhoen. Film: we gingen niet naar City maar naar

Aanslingeren

Het volgende jaar kozen we voor Noord-Engeland en Schotland. In Amsterdam namen we de ferry naar Newcastle. Daar aangekomen deed de startmotor het niet. We waren nog op de boot, hadden nog geen tien kilometer gereden, en stonden helemaal vooraan in de rij om van de ferry aan land te gaan. Gelukkig kon ik de motor altijd nog met een slinger aan de praat krijgen, maar dat lukte niet meteen. De auto's achter ons begonnen ongeduldig te toeteren, de mannen van de ferry wilden ons al wegduwen, toen ik de HY sputterend aan praat kreeg en we op eigen kracht van het schip hobbelden.

Natuurlijk was er in Engeland noch Schotland een startmotor voor een Citroen HY te krijg, dus moest ik de hele vakantie de motor aanslingeren op de ferry's waarmee we de vele Lochs in Schotland overstaken. Steeds was het hetzelfde liedje, als we achteraan in de rij stonden startte de motor meteen, stonden we vooraan op de ferry dan leek het wel of HY er geen zin in had.

Voordat we in 1972 naar Canada vertrokken kreeg de HY met spijt in ons hart een bordje Te Koop. Op het pompstation bij Ouderkerk kwam een aannemer naar me toe en vroeg: 'wat mot ie kosten?' Ik zei: '4000 gulden'. 'Moet je goed horen', zei hij, 'er komt vanavond een vriend van me naar je toe, als die vraagt wat ie mot kosten, dan zeg je 4500 en die 5 meiers sijn voor mijn'. En zo gebeurde, je zal zo'n vriend maar hebben, toch was voor ons en ook voor jullie de kampeerauto een vriend voor het leven geworden.























Kriterion, we zagen ieder jaar Het Zevende Zegel van Bergman. We hadden geen tv. Wat de

Naar ‘Canada’

In 1967 was mijn promotor, Jaap Kistemaker, voor een tijdje naar Amerika en hij faxte dat ze daar röntgenstralen opwekten met een bundel protonen in plaats van elektronen. Hij vroeg mij te onderzoeken of dat ook kon met een bundel zwaardere deeltjes, zoals argon-ionen. Toen hij uit Amerika arriveerde, haaste ik mij opgetogen naar zijn kamer en toonde hem de zwarting op de röntgen gevoelige fotografische plaat. Dat werd mijn promotieonderzoek.

Allereerst bestudeerde ik het spectrum van de röntgenstralen. Bij elektronen ontstaat een breed spectrum zonder veel structuur. De röntgenstraling die ik opwekte met een bundel ionen bleek karakteristiek te zijn voor de botsende deeltjes. Dus toen ik een bundel argon-ionen afvuurde op een koperplaatje bestond de straling uit lijnen herkenbaar van argon en van koper. Dat was niet zo verwonderlijk, maar de publicatie leverde wel een uitnodiging op voor de Gordon Research Conference in Amerika.

Samen met Werner van der Weg vloog ik voor het eerst over de oceaan, met mixed feelings, de oorlog in Vietnam en de presidenten Johnson en Nixon hadden gezorgd voor zo’n anti-Amerikaanse stemming in ons land, dat wij tegen onze vrienden zeiden we dat we naar Canada gingen. Dat was ook zo, John Davies had ons uitgenodigd voor een bezoek aan Chalk River Nuclear Labs, maar daarvoor waren we op de conferentie in New Hampshire, bezochten Bell Labs in New Jersey en New York University op Manhattan.

Het was een fantastische ervaring, alles was even groots: het land, de auto’s, de wegen, de huizen, de universiteiten, de wolkenkrabbers, de steden, de mensen. Ik maakte kennis met Jim Mayer, Walter Brown, Ian MItchell, Peter Norton, Max Swanson, Len Feldman, John Poate, Sheldon Datz, allemaal waren ze even vriendelijk, gastvrij, positief, enthousiast, inspirerend, creatief. Na deze reis wist ik dat ik ieder jaar tenminste één keer naar Amerika moest om daar die noodzakelijke injectie van adrenaline te halen.


















revolutionaire jaren zestig betekende voor het leven van Pien en mij en hoe wij een heel

Anti-autoritair

Op het Linnaeushof had je de Sint Lidwina Leerschool, een ouderwetse katholieke school, dat wilden we jullie niet aandoen. We gingen op zoek naar een alternatief, dat we vonden in de Montessorischool de Zilvermeeuw. Wat ons aansprak was het motto: Leer mij het zelf te doen. Het leek ons ideaal dat jullie op school niet verplicht werden met de hele klas allemaal tegelijk te doen wat de juf bedacht, maar steeds zelf konden kiezen waar je zin in had. Bovendien zaten jongere en oudere leerlingen samen in dezelfde klas, zodat de oudere de jongere konden helpen. Na Spock werd De Methode van Maria Montessori ons tweede opvoedkundige boek.

We hadden ook nog een abonnement op het tijdschrift Ouders van Nu, dat ging over opvoeding, die moest anti-autoritair zijn. Dus ook thuis mochten jullie zelf kiezen waar je zin in had. Dat gold voor welke kleren je aan wilde, wat en hoeveel je wilde eten, wat, waar en met wie je wilde spelen, wanneer je naar bed wilde en wat we zouden voorlezen.

Waren er dan geen regels in huis, jawel, die hadden we natuurlijk samen met jullie afgesproken. Zoals: om 7 uur word je gewekt met een kopje thee, om half 8 ontbijt, wat je zelf op je bord neemt eet je ook op, speelgoed ruim je op voordat je iets anders gaat doen, we noemen elkaar bij de voornaam, Frans en Daan laten we praten, naar Pien en Eefke wordt geluisterd. Pien had nog een speciale regel: “wanneer je ergens geen zin in hebt dan maak je maar zin”.























ander leven leidden dan onze ouders, probeer ik te vertellen in mijn Zeer Korte Verhaaltjes.

Van het bed gelicht

Hockey was voor ons heel belangrijk, Pien en ik hadden elkaar immers op het hockeyveld leren kennen. Zij speelde in Dames 1 van de Terriërs, ik in HIC Heren 1, na ons huwelijk toen zij niet meer elk weekend naar Heiloo ging stopte Pien met hockeyen, ik ging nog een tijdje door. Het werd steeds spannender, ieder jaar werden we kampioen en promoveerden naar een hogere afdeling, tot we de Westelijke Eerste Klasse, de hoogste afdeling van de KNHB, bereikte. Daarvoor moesten we een beslissingswedstrijd spelen tegen Leiden, in het heetst van de strijd raakte ik gewond en moest naar het VU ziekenhuis. Toen Pien en ik ‘s avonds thuis kwamen, ik met een grote witte lap voor mijn linkeroog, begonnen jullie van schrik te huilen.

Die nacht werden we uit ons bed gebeld, Pien deed open: Politie, ik moest mee, niet naar het bureau maar naar het ziekenhuis. De oogarts had op de röntgenfoto's van de eerste hulp ontdekt dat mijn oogkas was gebroken en dat kon niet wachten anders zou ik een lui oog krijgen. Ik werd onmiddellijk geopereerd en bleef nog een dag in de VU. Die middag kreeg ik bezoek, van mijnheer Boerma de vader van Marcel die kwam kijken hoe het met mij ging en napraten over de promotiewedstrijd die wij zo glorieus gewonnen hadden. Hij was vanaf mijn schooltijd al onze trouwste supporter.

Uit het ziekenhuis ontslagen ging ik ook weer naar het lab. Daar schrok professor Kistemaker zo van mijn uiterlijk dat hij me direct verbood om nog te hockeyen: ‘jouw promotieonderzoek is belangrijker’. Maar ik wilde na zoveel jaren eindelijk wel eens in de hoogste afdeling spelen en hield dat voor hem geheim. Zo eenvoudig was dat niet, het was namelijk gewoonte dat het pas gepromoveerde team de openingswedstrijd van het nieuwe seizoen speelde tegen de landskampioen van vorig jaar. Dat was stadgenoot Amsterdam, wij wonnen met 3-1 en stonden met foto op de voorpagina van het sportkatern van NRC, dat las Kistemaker niet of hij deed een oogje dicht. De rest van de competitie verliep dramatisch, we wonnen nog maar één wedstrijd, weer tegen Amsterdam, alle andere wedstrijden verloren we en dat betekende degradatie. Toen was het ook voor mij gedaan. Tot jullie aan de beurt waren om te gaan hockeyen.














Misschien dat de Coronacrisis net zo’n revolutionaire tijd inluidt, dan hoop ik dat jullie deze

Koude oorlog

De koude oorlog was in volle gang, zelfs in ons straatje van vreedzame ouderen, waarin Roy en Daan de enigen waren die op straat speelden, was dat te merken. Tegenover ons huis keken we door het hek op de binnenplaats van de Marechaussee Kazerne waar grote blauwe tanks regelmatig stonden te ronken. Daar kwam verandering in, niet omdat ik klaagde bij de commandant, op de plaats van het hek werd een flat van drie verdiepingen gebouwd met 18 appartementen voor marechaussee gezinnen, onder wie Poortman en Coenradie met kinderen van jullie leeftijd. Zo raakten wij bevriend met de overburen en kwamen regelmatig bij elkaar op de koffie en verjaarsvisite ondanks de grote politieke verschillen van inzicht.

Wij hadden een ban-de-bom-affiche voor het raam, net als de kunstschilder Dick Stins op nummer 2, maar mijn pacifisme, Kistemaker hield me als 'onmisbaar' uit militaire dienst, mocht niet leiden tot burenruzies. De PSP poster met een naakte vrouw voor een koe in de wei, de beste verkiezingsposter van 1971, plakte ik niet tegen het raam beneden maar op de muur achter het kinderbedje tegenover het raam op de eerste verdieping. De marechaussee die zich daaraan stoorde maakte zich schuldig aan gluren.

Zo wisten wij de lieve vrede te bewaren, behalve op oudjaarsavond middernacht, dan stonden we tegenover elkaar in een ware veldslag van vuurwerk, aan beide zijden van ons anders zo vreedzame straatje werden vuurpijlen, rotjes, zevenklappers, gillende keukenmeiden en rookbommen afgeschoten, niet in de lucht maar naar de overburen. In de Jennerstraat was het eerste uur van het nieuwe jaar altijd oorlog. Ongetwijfeld heb jij het daar vandaan Daan.




















kans grijpen en alles veranderen wat absoluut noodzakelijk is, maar heel laten wat wij tot

Een nieuw soort Röntgenstralen

Wij woonden vijf minuten fietsen van het lab, dat maakte het voor mij mogelijk meer betrokken te zijn bij thuis, of bij het lab, het is maar hoe je het bekijkt. Pien gaf les van half negen tot half een. Ik zorgde voor het ontbijt, bracht Daan naar de Zilvermeeuw, behalve als oma kwam oppassen, en haalde hem weer op voor de lunch. Emmy paste op Eefke. Als Pien weer thuis was ging ik naar het lab en ook ‘s avonds na het eten stapte ik regelmatig op de fiets om nog even wat te meten, dat werd steeds spannender.

Tussen de spectraallijnen van argon en koper was een klein signaal te zien van röntgenstralen met een andere energie. Het eerste waar we aan dachten was natuurlijk straling van een verontreiniging in het koperplaatje. We kozen voor zuiver silicium als trefplaat, dat leverde inderdaad lijnen van argon en silicium, maar wederom was er een klein signaal tussen de lijnen te zien dat niet afkomstig kon zijn van argon noch van silicium.

Toen ging er bij mij een lampje branden. We stellen ons een atoom voor als een kern met daaromheen een wolk van elektronen. Als het argon botst met het koper, komen de atoomkernen heel dicht bij elkaar. Korte tijd zullen de beide kernen zich bevinden binnen de elektronenwolken van beide atomen. Daarna gaan de kernen weer uit elkaar en nemen die elektronenwolken weer mee. Maar tijdens de botsing, als de atoomkernen vlak bij elkaar zijn, zien de elektronen van beide atomen eigenlijk maar één atoomkern met een atoomnummer gelijk aan de som van de twee botsende kernen. Dat wil zeggen, voor de heel korte tijd dat de botsing duurt, is er eigenlijk een derde atoom met een atoomnummer gelijk aan de som van de botsende atomen.

Argon heeft atoomnummer 18, koper is nummer 29, samen is dat 47 en dat is zilver. En inderdaad bleek de extra röntgenstraling die wij hadden waargenomen van dezelfde energie te zijn als afkomstig van zilver. Dit was een tamelijk spectaculaire ontdekking, daarmee gingen voor mij hele nieuwe werelden open en niet alleen voor mij.

















stand brachten en wat nog steeds van waarde is.

Made in Canada

‘Kies jij maar', zei ik tegen Pien. Na mijn promotie kreeg ik aanbiedingen van IBM San Jose in Californië en Chalk River Nuclear Labs in Canada. Zij vroeg: 'waar is Chalk River?', 'In the middle of nowhere', zei ik, 'Dan gaan we daar naar toe', zei zij.

Pien was eerstegraads bevoegd maar zij had nog geen ‘eigen uren’, zij verving zieke docenten op Fons Vitae en het Nikolaas, dus kon zij ook gemakkelijk haar baan opzeggen. Bovendien wilde zij het jaar in Canada iets heel anders, wat dat was hield zij nog even voor zich.

We verkochten de Citroën HY, de 2CV en we vonden een Amerikaanse gasthoogleraar met zijn gezin die ons huis wilde huren. We bestelden een grote houten kist die we vulden met de naaimachine, de typemachine, speelgoed en zomerkleren, die ging op de boot. Voor het zover was stond die kist in de woonkamer en haalden jullie alles er weer uit en ‘s avonds stopten wij het er weer in.

We boekten de goedkoopste enkele reis met Air France naar Montreal via Parijs, waar we nog een dag en een nacht gratis zouden kunnen verblijven. Van Montreal zouden we per trein naar Deep River reizen, waar ze een huis voor ons hadden gereserveerd.

We zouden vertrekken na het kerstfeest bij Piens moeder, die vond het niet leuk dat we zover weg gingen, maar zij wilde ook niet klagen, zelf was ze op onze leeftijd helemaal naar Indië geëmigreerd, dat was nog veel verder weg en de communicatie was toen nog veel moeilijker. Zij zou ons wel komen opzoeken. ‘Kom maar bakeren als ons derde kind geboren wordt’, zei Pien. We keken haar verbaast aan, maar ze voegde eraan toe: ‘Ik ben nog niet in verwachting hoor, dat wordt “made in Canada”’.

Wordt vervolgd,

www.franswsaris.nl