Melancholie

‘Goldberg beschouwde ik als een volkomen oninteressant fenomeen’, zo opent Bert Natter zijn boek Goldberg (Thomas Rap, 2016), een fascinerende roman over onderzoek naar de beroemdste vertolker van Bachs vierde Clavier Übung, gegoten in de vorm van de Goldbergvariaties: eerst de Aria, Utrecht, dan de Variaties, Dresden, tenslotte weer de Aria, Utrecht, samen niet 32 maar 100 korte composities vol pastiche van brieven, brochures, pamfletten, citaten uit boeken en andere documenten op maar liefst 629 pagina’s voor ‘de mensen die door moeten gaan met leven’.

Utrecht begint met een vrolijke caricatuur van het wilde studentenleven van de auteur, Sebastiaan Savage, die bedenkt dat ‘zijn leven vooral bepaald is door wat ik niet kan’. Zijn afstudeerscriptie, Wat we feitelijk weten over Bach, wordt geweigerd; ook het boek onder de titel, Bach als atheïst, wordt geen succes. Hij verloochent zijn familie in het burgerlijke Zuilen: ‘Mijn vader bleef leven, maar mijn boekje stierf een stille dood’. Zijn groep studenten/horeca vrienden valt uit elkaar en belandt voornamelijk in de goot, ‘voorportaal van de dood’.

Als rond de millenniumwisseling Bachs 250ste sterfjaar wordt herdacht, krijgt zijn boek een tweede druk en wordt Bas uitgenodigd voor een talkshow. Dat doet hij zo jolig dat hij als tafelheer regelmatig mag aanschuiven. ‘Je vraagt je af wat normale mensen denken en vinden, en je kiest een mening die bijna het tegenovergestelde is en verkondigt die met een nuchtere dictie alsof je de redelijkheid zelve bent.’ Deze houding maakt van Bas ook een spraakmakend columnist in een landelijk dagblad. In Duitsland verschijnt zijn boek onder de titel Was wir tatsächlich wissen über J.S. Bach, maar zijn typisch Nederlandse houding, alles moet kunnen zelfs als het ongepast is, veroorzaakt een rel in ons buurland.

Twintig jaar later, vader dood en begraven, moeder achter de geraniums, kat Koos bij Bas, gaat hij op zoek naar zus Heleen, hoewel hij zich schaamt ‘omdat ze teveel dronk, omdat ze rookte, drugs gebruikte, zich door jochies liet neuken?’ Hij vindt haar samen met vriend Pieter dood door een overdosis drugs. In depressie gooit Sebastiaan zijn leven om, zegt de talkshow op, stopt met zijn column en vertrekt naar Dresden voor onderzoek naar Goldberg. ‘Het leven is zinloos als je niet iets voor ogen hebt dat je wilt bereiken, vind ik.’

In Dresden, na zijn mislukte boekpresentatie, werd Sebastiaan aangesproken door een zekere Weiss die belangrijke documenten over Goldberg meende te bezitten. In Was wir tatsächlich wissen über J.S. Bach had Bas nog geschreven: Johann Gottlieb Goldberg (1727-1756) was slechts veertien jaar toen Bach het vierde deel van zijn Clavier Übung schreef, veel te jong dus om een dergelijke veeleisende compositie te vertolken …. al heeft Goldberg waarschijnlijk werkelijk bestaan, in de fantasie van ijverige musicologen …. is hij een fantoom geworden, die alle vormen kan aannemen die voor hem worden verzonnen.’

Toevallig is Weiss net overleden als Bas arriveert, maar alle documenten liggen klaar. Naarmate hij deze tot zich neemt komt Goldberg meer en meer tot leven. ‘Vice-Maestro di Cappella is mijn titel. Noten Fresser is mijn bijnaam. Compositeur is mijn roeping. Cammer-Musicus is mijn vak. Klavier is mijn instrument. Spelen is mijn passie. Roem is mijn streven. Goldberg is mijn naam. Onthoud die naam.’

Na zijn opleiding bij Bach in Leipzig treedt Goldberg in dienst van graaf Keyserlingk in Dresden. Wanneer deze genoeg heeft van Goldbergs repertoire nodigt hij Bach uit voor hem te componeren: ‘geestrijke muziek, muziek die de zinnen zou verzetten, die de gedachte aan ziekte en dood kon verdrijven, die ingenieus van constructie was en tegelijk balsem voor de ziel. Geen slaapliedjes, eerder het tegendeel.’

In hoofdstuk 32 wijdt Bach zich aan deze taak, hij komt naar Dresden maar hij mist zijn Anna Magdalena en de kinderen, ook Goldberg is melancholisch over ‘het knusse geluk van een gezin thuis, mijn zuster, mijn vader, mijn moeder.’ Om de melancholie te verdrijven laat Bach zich inspireren door een even komische als virtuoze mengeling van volkswijsjes. Goldberg zet de partituur op de lessenaar van het klavecimbel en speelt de complete compositie, een aria, gevolgd door dertig variaties op de aria. Bach luistert geconcentreerd, pakt de bladmuziek en komt binnen een halve minuut terug en zegt dat het zijn bedoeling is dat aan het eind de aria opnieuw wordt gespeeld. Goldberg noemt de compositie van Bach het grootste variatiewerk dat de geschiedenis in zal gaan als de Keyserlingker Nachtmusik, of de Melancholische Muzikale Aderlating.

Dit Dresden is de droom van de schrijver als musicoloog in 67 Variaties. Het is een ode aan de ongegeneerde gulzigheid van barok, de geniale creativiteit van Bach, de melancholie van het leven met de dood. ‘En zoals dat gaat bij het verdriet dat kunst ons biedt: je kan er geen genoeg van krijgen.’

Misschien het mooiste hoofdstuk, de meest geslaagde variatie, speelt zich af in de Frauenkirche als Sebastiaan achter het immense orgel met 4876 pijpen plaatsneemt terwijl een computerexpert het besturingssysteem repareert. Deze vraagt hem een stukje te spelen, maar Sebastiaan is musicoloog geen musicus. ‘It is very simple. You only have to press the right key on the right moment.’ Het duurt even voor Sebastiaan hoort wat zijn handen spelen: de Goldberg Variaties. Van de aria naar alle dertig variaties en weer de aria. ‘Altijd heb ik gedacht dat spelen te maken heeft met controle, met precies weten wat je doet, niet je laten gaan en verliezen, maar nu doe ik maar wat, laat ik alles los en druk ik trefzeker op het juiste moment de juiste toetsen in.’ De computerexpert komt tevoorschijn en zegt: ‘U bent inderdaad een waardeloze organist.’

Als Goldberg na bizarre avonturen, waaronder het vreten van zijn eigen partituur, veel te jong sterft aan melancholie, zoals tuberculose in de achttiende eeuw heet, wordt er bij zijn graf gezongen door een koor van dode zielen. Sebastiaan herkent zijn zus Heleen, zijn vader, Pieter, Glenn Gould, Gustav Leonhardt, Friedemann Bach en Johann Sebastian zelf.

Utrecht tenslotte, is de melancholie ten top, de vriendenkring beklimt de Domtoren en strooit de as van zus Heleen als lichtgevende sterretjes over de stad. Sebastiaan besluit een boek te schrijven over Goldberg.

Als de lezer dat boek uit heeft blijft hij zitten met de vraag: wat is waar? Van non-fictie mag je eisen dat het de waarheid is, bij fictie is dat geen vereiste, maar fictie moet wel geloofwaardig zijn. Bert Natter doet er nog een schepje bovenop, hij voorspelt de toekomst. Zijn boek is uit 2016 hoewel hij Sebastiaan Savage van Utrecht naar Dresden laat reizen in 2020! Onderweg zijn inderdaad alle grenzen dicht, maar niet vanwege Covid-19, Europa is uiteengevallen, zelfs Duitsland is opgedeeld in zijn oorspronkelijke deelstaten met harde grenzen en ieder weer zijn eigen munt. Daarom is ook Dresden gekozen als decor. ‘We kijken terug, want vooruit is er niets. Met het herbouwen van steden als Dresden hebben we niets anders gedaan dan een poging de lelijke episoden uit ons verleden te begraven om alleen de vergane glorie over te houden en te vereren.’

Ongeloofwaardig vind ik de natte dromen en expliciete seksuele escapades door Natter toegeschreven aan zowel Sebastiaan en zijn vriendenkring als aan Goldberg en zijn tijdgenoten. Dominee Nätter als moraalridder is wel grappig maar niet overtuigend.

Daarentegen is de musicoloog Sebastiaan Savage tegelijk fascinerend en geloofwaardig. Ook voor de redactie van Preludium, het maandblad van liefhebbers van klassieke muziek, luister naar Bert Natters Podcast Bach tot op het bot. Melancholie, zijn overtuigende interpretatie van de Goldbergvariaties, hoor ik niet bij ‘Noten Fresser’ Glenn Gould, juist wel in de creatieve, meerstemmige en ontroerende vertolking door het Amsterdam-Berlin Trio op hun cd van de Goldberg Variationen opgenomen in de Ölberg Kirche Berlin in oktober 2018.


Frans W. Saris

14-8-2021