Columns & Essays‎ > ‎

Sir Charles


Er is meer dan grandeur in uw visie op het leven. Natuurlijke selectie heeft inderdaad geleid tot die grandioze biodiversiteit, van de eencellige tot en met het meest complexe organisme, de mens, maar thans weten wij dat uw theorie ook sociaal gedrag verklaart en cultuur, inclusief de menselijke moraal. Graag vertel ik u in dit verband over het werk van drie Nederlanders, waarvan u er maar een gekend kan hebben daarom bewaar ik die voor het laatst.

   

De eerste is Frans de Waal, vorig jaar door TIME uitgekozen tot een van de honderd meest invloedrijke mensen van onze tijd, vanwege zijn onderzoek naar het gedrag van chimpansees en andere apen in Burgers Zoo en in Yerkes Field Station. In zijn meest recente boek, Primates en Philosophers, How Morality Evolved, vertelt hij hoe twee chimps dezelfde taak moeten doen maar de één krijgt daarvoor een pinda, de ander wat ze veel liever hebben: een druif. Spoedig blijkt dat degene die de pinda krijgt het niet eerlijk vindt en werk weigert. In een ander experiment moeten twee apen samen een zwaar voorwerp naar zich toetrekken om eten te bemachtigen. Iedere aap voor zich lukt dat niet maar in goede harmonie wel. Het is uiterst vermakelijk te zien hoe dat gebeurt en als de ene aap geen honger meer heeft, moedigt de ander hem aan te helpen zodat het eten toch weer beschikbaar komt en ook dit lukt. In een minder vriendelijk experiment worden twee dieren naast elkaar in kooien geplaatst en krijgt de een een elektrische schok telkens als de ander gaat eten, dat wil die ander kennelijk niet op zijn geweten hebben en begint te vasten. In zijn meest recente boek concludeert Frans de Waal dat apen de belangrijkste kenmerken bezitten van moreel gedrag: 1. Empathie en altruïsme; 2. Rechtvaardigheid en gemeenschapsgevoel. Daarmee zijn het geweten, de ethiek en de moraal niet langer het primaat van filosofen en theologen.

Sir Charles, in uw Decent of Man vermoedde u het al maar nu is het ook experimenteel aangetoond: moreel gedrag is in de evolutie reeds lang geleden ontstaan, lang voordat er mensen waren.


De tweede Nederlander van wie ik u wil vertellen is Niko Tinbergen, de bioloog, die in 1963 een beroemd artikel publiceerde On aims and methods of Ethology waarin hij de vier waaromvragen van de gedragsbiologie introduceert. De eerste vraag luidt: wat is de directe aanleiding tot een bepaald gedrag? De tweede: hoe komt dat gedrag tot stand, is het aangeleerd of aangeboren? De derde vraag houdt zich bezig met de evolutie van gedrag over opeenvolgende generaties. De vierde en voor Tinbergen verreweg de belangrijkste vraag luidt: wat is de functie van het gedrag? Wat is de overlevingswaarde? Met het beantwoorden van deze vraag verdiende hij de Nobelprijs.

Sir Charles, u zult het met hem eens zijn dat de vraag naar de overlevingswaarde de belangrijkste is. In evolutionair denken draagt moreel gedrag bij tot overleven. Het gedrag van mensen en andere dieren kent vele mutaties, de meeste worden weg geselecteerd, verdwijnen als sneeuw voor de zon, maar dát gedrag, dié cultuur, die werkelijk bijdraagt tot ons overleven, die cultuur zal ook zelf overleven. Sommige mensen denken dat moreel gedrag met Mozes’ stenen tafelen uit de hemel kwam vallen, thans weten wij dat de tien geboden door natuurlijke selectie in de evolutie tevoorschijn zijn gekomen. In evolutionair denken is de waarde van moreel gedrag de bijdrage die het levert tot het overleven van het individu, de soort, de samenleving, het hele leven op aarde.


De derde Nederlander had dit ook al begrepen en u heeft hem misschien wel gekend, hij was geen wetenschapper maar een groot schrijver en zijn boek verscheen eveneens in 1859. Het is het beroemdste boek uit de Nederlandse literatuur en in vele talen vertaald. Het is ook het ‘moreelste’ boek in onze taal, misschien behoort het daarom tot de blijvers? Voor ons is er alle reden dit jaar, naast uw Origin of Species, ook de Max Havelaar van Mutatuli te gedenken.


Yours truly,


Frans W. Saris


Geachte Darwin, brieven aan de grondlegger van de evolutietheorie

Onder redactie van Martijn van Calmthout en Jelle Reumer

Atheneum-Polak&Ven Gennep 2009