Afscheid‎ > ‎

In memoriam Guus Rekers



Tekening Paul Overhaus (2011)



Het Amsterdams studentendispuut ARGO was iedere vrijdag tegen borreltijd te vinden in café Eijlders, ‘s maandag ‘s avonds in een ander café, of bij een van ons op de kamer. Ik herinner mij een lange avond bij Guus op de bovenste verdieping van de Weduwe Rekers op de hoek van de Prinsengracht en de Leidsestraat met fantastisch uitzicht over die verlichte stad van de jaren zestig. Na veel drank rolde het hele dispuut de trappen af naar beneden. Maar een trap te ver belandde wij in de bakkerij. Daar ontstond een wild gevecht met broodjes. Niet alleen harde puntjes en kadetjes, ook chocolade en puddingbroodjes vlogen door de lucht. Jongens waren we…... maar uitdagende jongens.

ARGO was geen gewoon studentendispuut. Wij hadden Singel 500, maar andere disputen hadden ook een studentenhuis. Wij hadden legendarische mosselenfeesten, maar andere disputen konden ook feesten. Toch was ARGO anders. Toen café Eijlders 20 jaar bestond maakten de twee Pieters en Guus een boekje elders of eijlders met teksten van Gerard den Brabander, Ed Hoornik, Bertus Aafjes, Maria Vasalis, Anna Blaman en illustraties van Yrrah, Carvalho, Sierhuis, Sluyter, allemaal uit het Eijlders gastenboek. Het was een kunstenaars en studenten café.

De avonden bij Guus op de kamer lazen wij toneelstukken. Hij zorgde voor de toneelteksten van Brecht, Goldoni, Mulisch, Pinter, Fassbinder, Hochhuth en anderen. We lazen de teksten hardop; ieder kreeg een rol toebedeeld die per scene kon wisselen. Zo kregen we om beurten een hoofdrol, een bijrolletje of waren we inspiciënten die deuren lieten kraken of bellen rinkelen. Het waren avondvullende stukken, meestal zo controversieel dat we nog lang konden napraten met z’n allen.

Tijdens het lustrum van onze studentenvereniging gingen we samen het echte toneel op. Onder leiding van Hans Croiset deden we Stenen Jungle van Brecht met Guus in de hoofdrol. Ook had hij een belangrijke rol toen we Reigen van Schnitzler speelden onder leiding van Peter Oosthoek. Zo kwam Guus na zijn afstuderen bij het vaderlands toneel. Hij wist zich daar als dramaturg en recensent te handhaven, ook toen er in de Stadsschouwburg niet met broodjes maar met tomaten werd gegooid.


Later als Frederik de Verteller trad Guus op tijdens onze jaarlijkse ARGO-dies. Ondanks dat zijn verhalen altijd te lang waren en weer over de Minotaurus of Jason en Medea gingen, het Gulden Vlies en de tocht der Argonauten, hingen we aan zijn lippen. Hoe kwam dat? Waarom was het de moeite waard naar Guus te luisteren? Ik denk omdat in Frederik de Verteller niet alleen de Griekse dichter maar ook Guus zelf zo aangrijpend tevoorschijn kwam. Luister maar naar ‘Zeus’:

Men noemt mij grillig, onberekenbaar, en altijd anders. Daarom vreest men mij. Maar waarom ziet men niet dat ik zo goed als iedereen gebonden ben aan regels die binnen mijn domeinen gelden? Daar zijn ongekende mogelijkheden. Maar zijn ongekende mogelijkheden grillig of onberekenbaar? Ja, ze zijn altijd anders. Zoals water in rivieren stroomt zoals het wil. Zolang mensen steeds hetzelfde blijven doen en willen, dringt dat niet tot ze door. De regels zijn daar tegenover ijzingwekkend vast en consequent, zoals het bekken waar een oceaan in drijft. Zelfs mijn vrouw Hera, die de regels als geen ander kent, beheert en overziet, kan daar niets aan doen, soms tot haar ergernis.

Zo vermaak ik mij met schepping die niet de mijne is. Ik heers alleen over de mogelijkheden en probeer een enkele keer de regels te ontduiken. Meestal loopt dat slecht af. Want Hera laat niet met zich spotten.

In deze tekst herken ik Guus z’n markante persoonlijkheid, maar ook de getourmenteerde worstelaar die het zichzelf noch anderen gemakkelijk maakte. Juist daarom beschouw ik het als een voorrecht dat hij in ARGO mijn mentor was. Ik werd in 1960 gefleurd door Karel Slootman, onze onvolprezen, oer-humoristische ARGO-praeses. Ons dispuut muntte uit in feesten en partijen, dat kwam door Karel en de Argonauten uit de Caraïben en uit het zuiden des lands. Tussen hen zou ik een vrolijker maar oppervlakkige hockey-jongen zijn geworden. Gelukkig waren er ook onze literati: Pieter Rommers, Harry Rooijmans, Pieter Obbema en Guus Rekers. Als mentor nam Guus zijn taak serieus. Hij deed al aan loopbaanbegeleiding lang voordat hij bij Van Ede & Partners werkte. Hij voelde haarfijn aan wanneer ik hem nodig had, in de studententijd en ver daarna. Ook toen hij al doodziek was.

Eijlders was dus een kunstenaars en studenten café. De meeste Argonauten koketteerden daarmee. Misschien was Guus de enige die de overstap naar het kunstenaarschap maakte. Samen met beeldend kunstenaar Paul Overhaus schiep Guus twee geïllustreerde poëzie albums.

Vier jaar geleden kreeg ik ineens van hem de Madonna van Pecani, een Middeleeuwse icoon uit Joegoslavië, geschilderd door Guus. Hij deed er heel bescheiden over, “het is maar een kopie, de ogen zijn de enige echte uitdaging”. Die zijn wonder mooi gelukt, Madonna kijkt heel devoot naar het kind op haar schoot.

Twee jaar geleden kreeg ik een mailtje van Guus: “volgens mij heb ik een nieuw literair genre ontdekt: drietjes.” Ik las drie maal drie:


met zeilen bol

varen de zwanen

voor de wind


Verbazend zoals Guus gebiologeerd was geraakt en troost vond in de natuur. Maar ook weer zijn persoonlijk leed wist te vertellen.


moet je vrijen

net als sterven

zelf maar leren


Ik stuurde ze naar de redactie van het literaire tijdschrift De Gids. Die waren meteen gewonnen en vroegen hem om 10 drietjes voor een zomerserie. http://www.de-gids.nl/artikel/een-zomer-in-drietjes Een staat er op de kaart:


de merels zingen

zou ik sterven

zongen ze nog


Wij zingen zoals we gebekt zijn, ook door Guus.

Hij leeft voort in ons allen.



Frans W. Saris

23 X 2015