Briefkaarten‎ > ‎

Naar Namibië (april 2019)

1
Naar Namibië ga je voor de landschappen en de dieren, misschien zijn de vogels wel het meest interessant, onder hen de Weavers en speciaal de Sociable weavers.
We hadden Windhoek net verlaten en parkeren onze 4wheel drive in de schaduw van een boom om even bij te komen van de vliegreis en wat te wennen aan de hitte. Boven ons hoofd is het een gefladder en getjilp van kleine geel zwarte vogeltjes die af en aan vliegen naar gele geweven strobolletjes, als ballonnen bungelend aan de uiteinden van de dunste twijgen. Het zijn geen gewone nesten, daar zouden de eieren door het gewiebel meteen uit rollen. De Weavers kruipen door een kleine opening in hun rond geweven gele holletjes naar binnen. Wiegend in de wind blijven de nesten koeler en zijn ze onbereikbaar voor rovers.
Aan het eind van de eerste dag, tijdens de 'sundowner’ worden we verrast door de Sociable weavers. In en om een complete boom hebben ze samen tot hoog in de lucht een spectaculaire stroconstructie, een soort grijze kameel, gebouwd. Het is onvoorstelbaar hoe tientallen kleine bruinzwarte vogeltjes hebben samengewerkt om dit voor elkaar te krijgen: een goed geïsoleerd bouwwerk, wind en waterdicht als onze rietgedekte villa's. Hier vliegen ze in en uit via kleine ronde openingen die als tepels onderaan de buik van de kameel hangen en alleen fladderend bereikbaar zijn.


2
In onze eerste lodge ligt een wandelkaart klaar voor eigen gebruik, dus wij al vroeg op pad. Dat lijkt makkelijker dan het is. Volgens de kaart begint ons pad naast de lodge bij de windmolen, maar al gauw klopt er niks van. Verdwaald sjouwen we rond over droge geel zanderige heuvels met af en toe een stekelig bosje. Ineens beweegt alles vlak voor onze voeten. Een hele zwerm crèmekleurige viervoeters met lange staarten lijkt op zoek naar lekkere hapjes in het zand. Met hun spitse neuzen naar beneden en smalle grijparmpjes graven ze zich driftig in, hun achterpootjes smijten het zand naar buiten tot ze bijna helemaal verdwenen zijn. Dan kruipen ze achterwaarts tevoorschijn, staan recht overeind op hun staart, uit te kijken: waar naar toe? We hebben stokstaartjes met hun stekende oogjes en hangende pootjes eerder gezien op TV, maar in werkelijkheid zijn ze veel kleiner, veel beweeglijker en met veel meer. Het zijn kleine jagers en gravers op zoek naar? Ja, naar wat? Zijn ze ook de weg kwijt? Als we de stokstaartjes een tijdje hebben gevolgd is er al weer een windmolen. Hadden we die eerder gezien dan waren we niet verdwaald misschien.


3
Alle Afrikaanse landen hebben Nationale en Privé wildparken, Namibië heeft daarnaast ook nog Concessies. Damaraland in centraal Namibië was ooit deel van een Duitse kolonie, daarna van Zuid-Afrika. Toen het apartheidsregime viel, kregen de Damara's hun land, de Namib woestijn zo groot als de Nederland, in concessie van de Namibische regering. Hier zijn ze autonoom onder één voorwaarde: de biodiversiteit moet in stand blijven. Ieder jaar wordt het aantal planten en dieren geteld. Het is ook in hun eigen belang, toerisme is de snelst groeiende 'industrie’.
In vrijheid leven, onafhankelijk van de wereld buiten hun concessie, in harmonie met de natuur als in het paradijs, dat is het ideaal van de Damara's. In hun dorpen verbouwen ze hun eigen groentes en het fruit en houden ze het vee dat ze zelf consumeren. In de Namib woestijn begeleiden goed opgeleide gidsen de blanke toeristen op safari. In de luxe lodges serveren jonge Damara's vier gangen menu's terwijl ze evenveel talen spreken.
Maar wat gebeurt er als het massa toerisme Namibië ontdekt? Blijven de bussen, hotels en fast-food ketens buiten de concessie om de biodiversiteit in stand te houden? En als het in het regenseizoen niet geregend heeft, zoals dit jaar? Dan is er in de woestijn niet genoeg voedsel en komen de leeuwen, olifanten, giraffen, antilopen, wildebeesten en wrattenzwijnen door de hekken de dorpen binnen om daar de moestuinen leeg te eten en het vee te roven. Het zal toch niet waar zijn dat de Damara's dat laten gebeuren om de biodiversiteit in stand te houden, de concessies zijn er toch voor hun, niet voor de dieren?


4
Door de verrekijker zien we in de verte een leeuwin zoekend tussen rotsen en bosjes. Vlakbij haar is een hele kudde oryxen, maar ze kijken niet op of om. Oryxen, gemsbokken, zijn groter en steviger dan onze herten met een prachtige bruingrijze vacht en een lange zwarte staart, een zwart wit getekende kop met twee kaarsrechte spiesen wel een meter lang in V-vorm daar bovenop. Je vraagt je af wat het evolutionaire voordeel kan zijn van het dragen van zo'n enorm gewei? Tot je een kudde oryxen vlakbij een leeuwin ziet grazen. Niet alleen wij maar ook de leeuwen, zebra's, springbokken en wildebeesten blijven op gepaste afstand. Alleen als leeuwen met velen zijn jagen ze op oryxen. Bij iedere waterbron zien we dezelfde hiërarchie: oryxen eerst, de zebra's, springbokken, zelfs de wildebeesten kijken en wachten tot ze aan de beurt zijn om te drinken. Alleen de vogels hoeven niet bang te zijn van oryxen en vliegen willekeurig af en aan.


5
In sommige lodges mag je niets zonder gids, niet eens naar je eigen auto - 'te gevaarlijk’ - , bij andere lodges en in de nationale parken mag je niet vrij wandelen maar wel op safari in je eigen auto. In Onguma Lodge naast Etosha National Park mag je niets, maar dat weten we niet als we 's middags in onze auto stappen voor een rondrit. We hebben nog geen kilometer gereden als links van ons, pal naast het bospad, onder een boom een Luipaard zit met twee jongen. Prachtig slanke gestippelde beesten die kennelijk niet op jacht zijn noch bang van ons. Zij blijven rustig zitten terwijl wij foto's maken van dit unieke tafereel zo vlakbij. De rest van de autotocht is weinig opzienbarend, tot ons een open groene landrover met toeristen tegemoet komt. De chauffeur blokkeert ons de weg, vraagt met kwaad gezicht wat we hier denken te doen. In deze lodge is het strikt verboden in eigen auto op safari te gaan. Als ik zeg dat we net uit Etosha komen waar dat wel mag, maakt dat geen indruk. Dan zeg ik dat we gekomen zijn om dieren te zien en zojuist een Luipaard met twee jongen hebben gefotografeerd, de gids kijkt bedenkelijk en vraagt om een foto. ‘Cheetah!’, zegt hij, zijn gezicht klaart helemaal op en als ik heb gewezen waar hij moet zijn, gaat hij er in zijn landrover met toeristen vlug vandoor.


6
Terwijl de zon opkomt beklimmen we de rode duinen van Sossusvlei. Langs de graat omhoog door het losse rode zand, op een zwart wit foto lijkt het net of we sneeuw stampen, recht vooruit steeds hogere toppen, links en rechts onder een witte zoutpan. Halverwege de graat is het uitzicht spectaculair maar de zon heeft het gewonnen, het is al boven de dertig graden en we besluiten steil af te dalen door het rulle zand. De zwarte stippen in de zoutpan blijken geblakerde boomstronken als in het decor van een cowboyfilm.
Voor lunch stoppen we in Solitaire waarover Ton van der Lee zo'n spannend boek schreef. De bakkerij maakt nog steeds appeltaart en het restaurant is uiteindelijk toch een populaire pleisterplaats geworden.
Na een lange eenzame hobbel rit over een bergpas en door een volkomen verlaten woestijn arriveren we in Walvisbaai, net op tijd om flamingo's en pelikanen te zien klapwieken over de zee. Deze dag die begon op de snikhete rode duinen, eindigt in een fantastisch visrestaurant aan de kille pier in de Atlantische oceaan.


7
Mijnbouw, diamant en uranium, schijnt Namibisch belangrijkste bron van inkomsten te zijn. De grootste mijnen liggen bij Swakopmund, het moeten enorme gaten in het landschap zijn, maar je ziet er niets van behalve de dikke waterleiding langs de weg er naar toe. De mijnen zijn niet toegankelijk voor publiek.
Zonnepanelen zie je inmiddels overal in Namibië, elke lodge genereert zijn eigen stroom. Met zonnestroom wordt water opgepompt en worden de lodges ‘s avonds verlicht. Ze hebben daarvoor grote batterijen waarin de zonne-energie wordt opgeslagen. Dat zou anders kunnen. De meeste lodges zijn omringd door hoge bergen, daarop zouden ze een grote watertank kunnen plaatsen, die overdag gevuld wordt door water omhoog te pompen met stroom uit de zonnepanelen. Als ze ‘s avonds het water terug laten vloeien door dezelfde pomp levert die de stroom weer terug. Zo’n hybride zon-waterkracht centrale lijkt ideaal voor Namibië.


8
Zonder de big five is een bezoek aan Afrika niet compleet, Namibië heeft nog een nummer zes: de Welwitschia mirabilis. Vanuit Swakopmund rijden we ongeveer 100 km over een kurkdroge woestijn het binnenland in. Er is geen sprietje gras, geen struikje, niks alleen maar stenen en zand. Toch heet dit het Welwitschia trail naar een levend fossiel, een plant die wel 1500 jaar oud is en alleen voorkomt in de woestijn langs de kust van Namibië. Hij moet enorme bladeren hebben waarmee hij de ochtenddauw van zee uit de lucht opvangt en naar zijn wortels geleid. Zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen moeten opvallend als een kroon bovenop deze plant staan. Maar wij zien niets dan een verdord woestijnlandschap. Op het moment dat we om willen keren staat er bordje naar de Welwitschia, een parkeerplaats, een rond hek met een trap om er overheen te kunnen kijken. Daar in het midden ligt een enorme berg lange brede slierten van donkergroene bladeren met verdorde uiteinden die over de grond slepen. In het midden enkele zwartgeblakerde knoppen alsof ze in brand hebben gestaan. Hoe deze plant overleeft is inderdaad een mirakel. Als we terugrijden herkennen we tientallen dezelfde ronde staketsels, maar kleiner, aan beide zijden van wat ons op de heenweg een volkomen lege woestijn leek.


9
We dalen af van het Mountain Camp naar Etendeka Lodge, aan de overkant van de vallei graast een groepje zebra's. Dat hebben we wel vaker gezien maar nu gebeurt er iets bijzonders. Over de bergkam komt een andere groep zebra's aan, beide groepen bevriezen even. Dan komt uit iedere groep één zebra tevoorschijn, die twee dieren lopen langzaam naar elkaar toe terwijl de andere in hun eigen groep blijven staan. De twee leiders ontmoeten elkaar, met kop tegen kop, dan de neuzen tegen elkaar, nog een keer en nog een keer, dan gaan ze terug naar hun eigen groep en zien we de zebra’s zich vreedzaam grazend vermengen.
Waarom maakt dit tafereel ons gelukkig? Omdat we geluk hebben dat we dit toevallig voor onze ogen zien gebeuren? Omdat het deze wit zwarte dieren is gelukt zo vreedzaam met elkaar om te gaan? Zo vreedzaam als dat wit en zwart lukt in Namibië?


10
Ook in onze laatste lodge hebben ze een wandelkaart en mag je zelf op pad. We dalen af tussen de bosjes en struiken naar de waterplaats waar we vanochtend oryxen, zebra's, wildebeesten en witte reigers zagen drinken. Geen beest te zien. Om de waterplaats heen gaat het pad tussen de bomen omhoog. Plotseling staan we onder twee giraffen, een grote met een kleintje. We schrikken van elkaar. Wat een hoge poten, wat een enorme dieren, met hun lange nek kaarsrecht tot boven de bomen, wij komen nog niet tot hun knieën. De giraffen stappen langzaam en statig weg. Wij volgen, behoedzaam tussen de struiken en bomen. Af en toe pakken de giraffen nog een enkel blad uit de kruin van een boom, maar langzaam maar zeker, met hun lange nekken schuin vooruit als hijskranen, verwijderen ze zich van ons. Dan staan we in een droge rivierbedding die niet op de kaart te vinden is. Onze lodge is in geen velden of wegen te bekennen. We zijn alweer verdwaald in dit paradijs.