Door het raam van Sofie

De wereld van Sofie leert ons denken over de wonderbaarlijke ideeënwereld van ons leven, de wereld van de grote vragen en antwoorden, alle filosofieën door de eeuwen heen, ons geestelijk werelderfgoed en dan zo verteld dat iedereen het kan verstaan en er naar kan leven.


Halverwege het boek, net als de lezer denkt ‘nu weet ik het wel’, blijkt de filosofiecursus die Sofie van Alberto krijgt een raamvertelling te zijn. De wereld van Sofie wordt verteld door de vader van Hilde. Hij is de ideale vader en leermeester die, terwijl hij voor de Verenigde Naties in Libanon de vrede probeert te bewaren, voor de 15de verjaardag van zijn dochter Hilde het boek De wereld van Sofie schrijft.


Welke vader schrijft een boek als verjaardagscadeau voor zijn dochter? Welke vader is zo’n goede leermeester dat hij zijn dochter de grote vragen van het leven stelt en haar niet meteen de antwoorden opdringt maar haar stimuleert zelf na te denken. Welke vader leert zijn dochter hoe te leven door voor haar de grote ethische filosofen te vertalen in korte verhalen?


Jaren geleden kreeg ik De wereld van Sofie van onze jongste zoon. Ik kende het niet, had er niet eerder van gehoord en eerlijk gezegd trok het mij ook niet zo erg aan. Ik was en ben nog steeds een groot liefhebber van Bertrand Russels History of Western Philosophy. Ik dacht dat Sofie niets voor mij zou zijn, te kinderachtig. Toch ben ik eraan begonnen, vooral omdat mijn zoon het mij zo warm had aanbevolen en ik aangenaam verrast was door zijn belangstelling voor filosofie. Zo werd ook ik gegrepen door dit boek en heb het in een adem uitgelezen en vervolgens aan meerdere kinderen en volwassenen cadeau gedaan. Het is veel boeiender, leest veel gemakkelijker en is daarom voor de meeste mensen aantrekkelijker dan Russel. Sindsdien ligt Sofie bovenop Russel op mijn nachtkastje. Beide zijn ook naslagwerken die het winnen van Google of Wikipedia


Als student aan de Universiteit van Amsterdam ging ik vrijwel nooit naar college. Dat had ik aan professor Sieb de Groot te danken. Hij gaf college thermodynamica op zaterdagochtend 9 uur en vrijdagavond was altijd mijn dispuutsavond. Dus ik had een probleem, maar professor De Groot begon zijn eerste college met: “Heren (dames waren er toen nog niet in de natuurkunde banken) er zijn twee typen goede studenten. Het eerste type schrijft alles op wat de professor zegt, gaat na college onmiddellijk naar de bibliotheek en zoekt de referenties op die de professor opgaf, werkt alles uit en heeft het begrepen voor het volgende college. Er zijn maar weinig studenten van het eerste type, gelukkig is er een tweede type goede student. Het tweede type goede student heeft een vriendje van het eerste type”. U begrijpt: ik wist meteen van welk type ik was.


Van elk vak wist ik welke student van het eerste type was en leende zijn collegedictaat nadat hij het betreffende tentamen had gehaald. Terwijl ik dat collegedictaat doorlas vertaalde ik elke alinea in een vraag, zo verzamelde ik vellen vol vragen. Daarna legde ik het collegedictaat weg en probeerde de vragen te beantwoorden. De vragen waarop ik het antwoord schuldig bleef verzamelde ik opnieuw en zo leerde ik elk vak in de natuurkunde. Je leert een vak niet door naar de professor te luisteren, de professor is er slechts om als Socrates te helpen het juiste inzicht te ‘baren’. Maar een vak leren doe je door eraan te werken, door te proberen de grote vragen uit zo’n vak te beantwoorden. Inzicht in een vak moet je jezelf eigen maken, of zoals Sofie het zegt: “Want het echte inzicht moest bij het individu van binnenuit komen”.

Ook Sofie leert door vragen te beantwoorden. Hoe is de wereld geschapen? Gebeurt iets met opzet of heeft alles wat er gebeurt een doel? Bestaat er een leven na de dood? Hoe moeten we leven? ‘Ook vandaag de dag moet ieder mens zijn eigen antwoorden op die vragen vinden. Je kunt niet in een encyclopedie opzoeken of God bestaat en of er leven na de dood is. Een encyclopedie geeft ons ook geen antwoord op de vraag hoe we moeten leven. Maar misschien kan het helpen om te lezen wat andere mensen gedacht hebben, als we onze eigen mening over het leven willen vormen.’


In De wereld van Sofie is het of Hilde, net als ik, het collegedictaat van Sofie leent. Al lezend en voor zichzelf vragen beantwoordend, raakt eerst Sofie en dan Hilde thuis in de hele westerse filosofie. Wordt Sofie voortdurend aangemoedigd door haar ‘professor’ Alberto, ook Hildes vader weet wat een moderne leermeester betaamt. In tegenstelling tot de meeste docenten gelooft hij in stimuleren in plaats van selecteren.


Een vraag die de lezer zich zou kunnen stellen is: wat is de functie van de raamvertelling? Waarom koos de schrijver, Jostein Gaarder, voor een roman over de geschiedenis van de filosofie in een roman over een meisje dat een bijzonder verjaardagscadeau van haar vader krijgt? Waarom zijn er twee meisjes, Sofie en haar leermeester Alberto in de roman en Hilde die de roman van haar vader leest? Wat is de functie hiervan? Wil de schrijver onderscheid maken tussen de imaginaire wereld van de ideeën en de reële natuurlijke wereld?


Misschien gaat het erom dat wij door het raam van Sofie deze twee werelden onderscheiden. Maar dan zoals bij Spinoza en Schelling een soort wereldgeest in de natuur. ‘Volgens Schelling was de natuur de zichtbare geest, en de geest de onzichtbare natuur. Want overal in de natuur kunnen wij een structurerende geest vermoeden. Hij zei ook dat de materie sluimerende intelligentie was.’


Op Hildes verjaardag is haar vader klaar met het schrijven van de roman en liggen alle verhalen uit De wereld van Sofie netjes gebundeld in haar multomap. Dan blijkt dat de romanfiguren Sofie en Alberto toch verder leven en zelfs deelnemen aan Hildes verjaardag, overigens zonder dat ze daar door de aanwezigen worden opgemerkt. Sofie en Alberto maken deel uit van de imaginaire wereld, de wereld van de ideeën, de filosofieën, alle figuren uit verhalen en romans, ook de wereld van de wetenschap en de politiek, kortom de wereld van onze ‘memen’ zoals Richard Dawkins die heeft gedoopt. Wil de schrijver, Jostein Gaarder, ons leren dat Sofie en Alberto in leven blijven zolang we hun verhalen blijven doorvertellen? Dat al onze filosofieën al onze memen levend blijven zolang wij ons van hen blijven bedienen?


Jostein Gaarder gaat nog een stapje verder. Hij kent aan zijn romanfiguren ook een zekere vrije wil toe. ‘Het klopte dat vader een overzicht had over wat er met Sofie en Alberto gebeurde. Maar tijdens het schrijven wist hij vast niet alles wat er nog zou gaan gebeuren. Terwijl hij als een gek aan het schrijven was, kon hij per ongeluk iets opschrijven, wat hij pas veel later zou ontdekken. In zo’n ongelukje school voor Sofie en Alberto een zekere vrijheid.’ Is De wereld van Sofie niet een grandioze les over ons immer levende en geestelijke werelderfgoed?


Frans W. Saris